Er zijn bedrijven waar de kennis in het systeem zit, en bedrijven waar de kennis in iemands hoofd zit. Rietveld was het tweede soort. De inkoper wist welke artikelen in het voorjaar aantrokken, bij welke leverancier de levertijd altijd tegenviel en welke klant elk jaar in week 34 een grote order plaatste.
Drie weken die alles duidelijk maakten
Toen die inkoper drie weken weg was, liepen twee artikelgroepen leeg en werd er van een derde ruim te veel besteld. Niemand had iets fout gedaan; de informatie was er gewoon niet op een plek waar een ander erbij kon.
Beginnen bij de vraag
De eerste vraag was smal: welke artikelen dreigen binnen de levertijd van hun leverancier onder de minimumvoorraad te zakken? Dat klinkt technisch, maar het is precies de vraag die de inkoper elke ochtend in zijn hoofd beantwoordde.
Om die te kunnen beantwoorden, moest de levertijd per leverancier eerst worden vastgelegd. Die stond nergens. Twee middagen bellen leverde een lijst op die achteraf misschien wel de meeste waarde had van het hele traject.
Wat het rapport laat zien
- Artikelen die binnen de levertijd onder de ondergrens komen.
- Voorraad die twaalf maanden niet is bewogen, per magazijn.
- Het verschil tussen wat er besteld is en wat er is binnengekomen.
Dat laatste punt stond niet in de opdracht en kwam er tijdens het bouwen uit. Het bleek dat er bij één leverancier structureel minder binnenkwam dan er op de order stond.
Waar het nu staat
De voorraadwaarde is met twaalf procent gedaald, vooral door langzaamlopers die niemand meer zag liggen. De inkoper is er nog steeds, en gebruikt het rapport zelf het meest. Zijn opvolger, over een jaar of vijf, begint niet meer bij nul.
Wat er is gebouwd
- Voorraadmodel over beide magazijnen heen
- Signalering op langzaamlopers en op dreigende tekorten
- Inkoopadvies per leverancier, met levertijd erin verwerkt
