Bij Stellinga werd netjes nagecalculeerd. Alleen kwam die berekening zes weken na oplevering, als de order allang was gefactureerd en de volgende offerte voor dezelfde klant er al uit was. Je leerde er wel van, maar nooit op tijd.
De vertraging zat niet in de techniek
De uren stonden in het ene systeem, de materiaalkosten in het andere, en de koppeling ertussen was een medewerker die er eens per maand een dag voor uittrok. Dat is geen kritiek op die medewerker — dat is een proces dat om een oplossing vroeg.
Het lastige gesprek: wat is kostprijs?
De verkoop rekende met een uurtarief inclusief opslag. De productie rekende met machineuren. De boekhouding rekende met de werkelijke loonkosten. Alle drie hadden ze gelijk binnen hun eigen kader, en alle drie kwamen ze op een ander bedrag uit.
Dat is precies het moment waarop zo’n traject waarde krijgt. Niet omdat er een dashboard komt, maar omdat er één definitie uit rolt waar iedereen aan gehouden wordt.
Wat er zichtbaar werd
- Twee klantgroepen met kleine series waar de omsteltijd de marge opat.
- Eén machine die op papier goedkoop was en in de praktijk het meeste stilstond.
- Een productgroep die veel minder opleverde dan iedereen aannam.
Geen van die drie was een verrassing waar iemand blij van werd. Alle drie waren ze binnen een kwartaal aangepakt.
Wat het nu is
De nacalculatie staat de dag na oplevering klaar. De offerte voor de volgende order van dezelfde klant vertrekt met die kennis. Dat is het hele verschil: niet meer inzicht, maar inzicht op het moment dat je nog iets kunt kiezen.
Wat er is gebouwd
- Koppeling met het ERP-pakket en de urenregistratie
- Model met één vastgelegde kostprijsdefinitie
- Ordermarge per klant, per product en per machine
